Optimaal presteren in je werk

Hoe wil jij leven en werken?
Wat maakt jou echt gelukkig?
Wanneer sta je in je kracht?

Ieder van ons kijkt naar de omgeving door de bril van zijn/haar eigen emotionele behoeften en verlangens. Of we het ons nu realiseren of niet, we worden van binnenuit gedreven om aan deze persoonlijke behoeften te voldoen. Onze drijfveren bepalen ons levensdoel, de richting die we kiezen en bepalen voor een groot deel het waarom van ons handelen. Je gaat tot handelen over nadat je bepaald hebt of het waard is om tot handelen over te gaan. De twee of drie drijfveren die het sterkst bij je leven, zullen je tot actie aanzetten. Inzicht in je drijfveren geeft je een objectieve mogelijkheid om grip te krijgen op hetgeen ons van binnen écht motiveert. Het  helpt om jezelf beter te begrijpen en te helpen:

  • Van waaruit handel ik?
  • Waarom doe ik wat ik doe?
  • Wat geeft zin en betekenis aan het dagelijks handelen?
  • Wat maakt mij echt gelukkig in mijn werk?
  • Wat heb ik nodig om een gelukkig mens te zijn?
  • Wat heb ik nodig om te floreren?
  • Hoe heeft men het meest aan mij?
  • Welke functie en organisatie passen het beste bij mij?

De grootste stoorzender voor je motivatie en je rendement is onzekerheid. Hersenonderzoek toont aan dat onzekerheid het zelfde neurale netwerk activeert als het netwerk dat bij fysieke pijn wordt geactiveerd. Deze reactie zorgt er voor dat zuurstof en glucose wordt onttrokken aan de prefrontale cortex (Arnsten, 1998) en dat Cortisol (stresshormoon) wordt aangemaakt. Hierdoor is minder energie beschikbaar voor de prefrontale cortex en wordt je probleemoplossend (cognitieve) vermogen gereduceerd (Subramaniam et al, 2007). Het leidt tot risicomijdend gedrag (Phelps, 2006) en uiteindelijk weer tot verminderde prestaties en meer onzekerheid.

De avoid response:

Zekerheid activeert het ‘genotsnetwerk’ in het brein en triggert de approach response. Deze automatische reflex van het brein leidt tot een verhoogd dopamine niveau en zorgt ervoor dat er meer zuurstof en glucose beschikbaar is voor de prefrontale cortex. Het heeft een positieve invloed op emotie, interesse, geluk, plezier en verlangen en bevordert het probleemoplossend- en leervermogen (Frederickson, 2001 en Jung-Beeman, 2007). Ook zorgt het er voor dat je sneller bereid bent om nieuwe uitdagingen aan te gaan en dat je beter samenwerkt met anderen.

De approach response:

Hersenonderzoeken en de SCARF-Theorie van Dr. David Rock tonen aan dat mensen 5 overkoepelende drijfveren hebben die zekerheid creëren; Securiteit, Verbondenheid, Autonomie, Status en Eerlijkheid

Niet iedereen heeft dezelfde drijfveren
De combinatie van je genen, eerdere ervaringen en de situatie bepaalt welke van deze sociale behoeften het hardst bij jou om bevrediging schreeuwen. Zodra hier invulling aan wordt gegeven volgt de approach response: je voelt je goed (zeker), kunt beter presteren, bent sneller bereid om risico’s te nemen en staat meer open voor samenwerking met anderen. Situaties die daar afbreuk aan doen triggeren daarentegen de avoid response en zorgen ervoor dat je op de rem trapt.

Als je jouw onbewuste emotionele verlangens (drijfveren) leert (her)kennen dan kun je beter voor jezelf zorgen. Het maakt je bewust van onbewuste processen die plaatsvinden in ons brein en helpt je om je eigen gedragingen en jouw motivaties te doorgronden en uiteindelijk om het leven te leiden zoals jij dat wilt, op persoonlijk én professioneel vlak.

Je bent je beter bewust van wat je wel en geen goed gevoel geeft en wat je nodig hebt om je zeker te voelen en te presteren in je werk. In het bijzonder op momenten wanneer het niet zo goed met je gaat. (Denk aan een stressvolle periode.) Een belangrijk onderdeel daarbij is te herkennen dat wanneer één drijfveer meer aandacht en ruimte krijgt dit ongemerkt ten kosten gaat van je andere drijfveren. Je leert het verschil in het krijgen van energie op korte én energie op lange termijn.

Bijvoorbeeld
Als iemand jouw waarden ondermijnt kan dat kwetsend zijn. Je voelt je waarschijnlijk ontdaan wanneer jouw waarde ‘loyaliteit’ als onbelangrijk wordt bestempeld door anderen. Dit is ook van toepassing als je zelf een beslissing neemt die tegen één van je waarden ingaat. Het kan ertoe leiden dat het besluit niet goed voelt, omdat je hiermee niet trouw bent gebleven aan jezelf.

Daarnaast helpt het om beter te kunnen voorspellen welke werkzaamheden en situaties op het werk je wel en niet zullen motiveren. Met dit inzicht kun je gericht zoeken naar een (nieuwe) functie en werkzaamheden die passen bij jouw drijfveren.

Bijvoorbeeld
Als zelfontplooiing (autonomie) jouw sterkste drijfveer is, dan doe je er goed aan om naar een functie te zoeken die je voldoende mogelijkheden biedt om jezelf als persoon te ontwikkelen en te groeien. Als creativiteit daarbij een belangrijke waarde is, zorg dan dat deze functie ruimte biedt om met nieuwe ideeën te komen en plezier te beleven aan de uitvoering hier van.

Naast de functie die je bekleedt is de bedrijfscultuur vaak mede bepalend voor de mate waarin je plezier ervaart en je succesvol bent op je werk. Elke organisatie kent haar eigen cultuur. Deze is gebaseerd op de gedeelde waarden die leven binnen de organisatie. Ze komt op talloze manier tot uitdrukking; van het soort humor dat wordt gebruikt tot de manier waarop een teamoverleg verloopt. De cultuur is dus sterk bepalend voor de normen en regels die gelden en de gedragingen van iedereen. Het is dus belangrijk dat jouw waarden en drijfveren passen bij die van de organisatie in het algemeen en die van de afdeling waarop je komt te werken in het bijzonder. Je doet er daarom verstandig aan om voorafgaand aan een sollicitatie al een goed beeld te hebben bij de waarden die leven bij de desbetreffende organisatie en de afdeling waar je gaat solliciteren. Je kunt ze vaak vrij eenvoudig ontdekken aan de hand van:

De vacatureteksten;

  • Welke termen worden gebruikt?
  • Wat voor profiel wordt geschetst van het bedrijf en de functie?

De contacten met het bedrijf;

  • Hoe verloopt de communicatie en ervaar je het contact?

Het bedrijfspand, de inrichting en de aankleding;

  • Hoe komt dit op je over?
  • Wat straalt het geheel uit?
  • Hoe is de ontvangstruimte en de ontvangst door de receptie?
  • Staan de deuren open en lopen mensen spontaan bij elkaar binnen?

De mensen die er werken;

  • Wat voor kleding dragen zij; formeel of informeel?
  • Hoe begroet men elkaar?
  • Hoe ervaren de mensen die er werken de organisatiecultuur?

Het personeelsblad (ligt vaak bij de receptie);

  • Hoe komt het personeelsblad en de artikelen die hierin staan op jou over?